Nathalie De Bruycker

Nathalie De Bruycker

Nathalie De Bruycker
More ideas from Nathalie
Woorden die eindigen op een s, veranderen als je er het meervoud van maakt. De s verandert dan in een z. Bijvoorbeeld bij: huis - huizen, muis - muizen. Dat gebeurt bij een lange klank en bij een tweetekenklank. Op deze woordkaart wordt de regel niet alleen uitgelegd, maar er worden ook voorbeelden gegeven. Zo zul je de regel sneller onthouden.

Woorden die eindigen op een s, veranderen als je er het meervoud van maakt. De s verandert dan in een z. Bijvoorbeeld bij: huis - huizen, muis - muizen. Dat gebeurt bij een lange klank en bij een tweetekenklank. Op deze woordkaart wordt de regel niet alleen uitgelegd, maar er worden ook voorbeelden gegeven. Zo zul je de regel sneller onthouden.

Soms hoor je aan het eind van een woord een p-klank, maar schrijf je een b. De regel hiervoor is: Maak het woord langer, dan weet je of je een b of een p schrijft. Het is namelijk webben en niet weppen. Deze woordkaart kan je helpen om de regel te onthouden. Tip: download alle woordkaarten en bundel ze!

Soms hoor je aan het eind van een woord een p-klank, maar schrijf je een b. De regel hiervoor is: Maak het woord langer, dan weet je of je een b of een p schrijft. Het is namelijk webben en niet weppen. Deze woordkaart kan je helpen om de regel te onthouden. Tip: download alle woordkaarten en bundel ze!

Bij sommige woorden verandert de f in een v als je het woord langer maakt. Dat gebeurt bijvoorbeeld bij een lange klank of bij een tweetekenklank. Dankzij de heldere opmaak van deze kaart, het voorbeeld en de spellingsregel wordt het gemakkelijk om deze woorden op de juiste manier te spellen. Tip: download alle woordkaarten en bundel ze!

Bij sommige woorden verandert de f in een v als je het woord langer maakt. Dat gebeurt bijvoorbeeld bij een lange klank of bij een tweetekenklank. Dankzij de heldere opmaak van deze kaart, het voorbeeld en de spellingsregel wordt het gemakkelijk om deze woorden op de juiste manier te spellen. Tip: download alle woordkaarten en bundel ze!

Er zijn drie trappen van vergelijking: de stellende trap, de vergrotende trap en de overtreffende trap. Woorden in de vergrotende trap schrijf je met -er. Woorden in de overtreffende trap schrijf je met -st. Deze woordkaart kan je helpen om de regel te onthouden. Zo word jij goed - beter - het best in spelling!

Er zijn drie trappen van vergelijking: de stellende trap, de vergrotende trap en de overtreffende trap. Woorden in de vergrotende trap schrijf je met -er. Woorden in de overtreffende trap schrijf je met -st. Deze woordkaart kan je helpen om de regel te onthouden. Zo word jij goed - beter - het best in spelling!

Je verkleint woorden op -ing met [kju]. Je schrijft het woord + kje. De letters ng veranderen dan in nk. Op deze woordkaart staat niet alleen de spellingsregel uitgelegd, maar er staan ook voorbeelden die de regel duidelijker maken.

Je verkleint woorden op -ing met [kju]. Je schrijft het woord + kje. De letters ng veranderen dan in nk. Op deze woordkaart staat niet alleen de spellingsregel uitgelegd, maar er staan ook voorbeelden die de regel duidelijker maken.

Je verkleint woorden op -ing met [kju]. Je schrijft het woord + kje. De letters ng veranderen dan in nk. Op deze woordkaart staat niet alleen de spellingsregel uitgelegd, maar er staan ook voorbeelden die de regel duidelijker maken.

Je verkleint woorden op -ing met [kju]. Je schrijft het woord + kje. De letters ng veranderen dan in nk. Op deze woordkaart staat niet alleen de spellingsregel uitgelegd, maar er staan ook voorbeelden die de regel duidelijker maken.